Analyse methode



Sweco bracht de energielabels in kaart met behulp van de Energie Strategie Atlas (ESA). Hiermee kan een analyse gemaakt worden van de totale gebouwde omgeving. Deze door Sweco ontwikkelde tool is een op GeoWeb gebaseerde oplossing die meer dan 70 basiskaartlagen combineert met openbare data en analyses. Deze worden in een digitale landkaart inzichtelijk gemaakt. De ESA geeft niet alleen inzicht in de energielabelverdeling. Het geeft per wijk ook inzicht in de huidige energievraag zoals elektriciteits – en gasverbruik, de bestaande infrastructuur zoals gasleidingen, warmtenetten en de potentie voor duurzame vormen van energie zoals restwarmte en geothermie potentie.


De energielabels die de ESA weergeeft, zijn met behulp van openbare data in beeld gebracht, namelijk: Energielabel database van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) (3). Op basis van de meest recente gegevens heeft ruim 45% van de woningvoorraad een definitief geregistreerd energielabel. Op een totaal voorraad van ongeveer 1 miljoen utiliteitsgebouwen heeft 9% een toegekend energielabel (4). Van de utiliteitsgebouwen hebben kantoren en winkels de hoogste aantallen energielabelregistraties (4). De energielabels van deze woningen en utiliteitsgebouwen zijn uit de eergenoemde databron gehaald. Van de woningen waarvan geen officiële toegekende labels bekend zijn, worden de labels berekend op basis van het type woning en bouwjaar Deze data wordt uit de Basisregistratie en Adressen en Gebouwen data gehaald (2). Het indicatieve energielabel wordt berekend met het officiële ISSO 82.3 rekenmodel als basis. De methodiek heeft de overheid gevolgd toen in 2015 voorlopige energielabels zijn opgesteld voor woningen zonder label. Uit deze berekening vloeit een tabel voort waarbij het gaat om 5 verschillende type woningen, namelijk vrijstaand, 2-1 kap, tussenwoning, hoekwoning en appartement die in 9 bouwperiodes zijn geclassificeerd. Dit levert in totaal 45 combinaties van woningtype-bouwperiode op, aan de hand waarvan de gehele Nederlandse woningvoorraad van ongeveer 7,7 miljoen woningen is gecategoriseerd. Voor utiliteitsgebouwen is een vergelijkbare aanpak op basis van bouwperiode gehanteerd waarbij de bouwperiodes van de utiliteitsgebouwen in 6 classificaties zijn onderverdeeld. In bijlage 1 zijn de tabellen te vinden die hiervoor zijn toegepast. Hiermee is de weergave van de energielabels van alle woningen en utiliteitsgebouwen van de 15 grootste gemeenten in Nederland compleet.


Een belangrijke disclaimer met betrekking tot de berekening van de energielabels is dat er na het toekennen van het label mogelijk renovatie verricht is aan de woningen en utiliteitsgebouwen waardoor het energielabel verbeterd kan zijn, maar dit niet tot uiting komt op basis van deze kenmerken.