4. Adaptief investeren is nodig

Rekening houden met toekomstige onzekerheid bij het ontwerp van plannen en projecten is niet eenvoudig. De onzekerheid van zeespiegelstijging brengt zowel een risico met zich mee van onderinvestering (er is onvoldoende rekening gehouden met zeespiegelstijging waardoor in de toekomst grote extra investeringen nodig zijn) als van overinvestering (er wordt rekening gehouden met een te zwaar klimaatscenario). In het Deltaprogramma is daarom de methodiek adaptief deltamanagement ontwikkeld om rekening te houden met toekomstige onzekerheden van de mate en snelheid van klimaatverandering (Deltacommissaris, 2011). Het plan of ontwerp wordt zo ingericht dat er ruimte is voor aanpassingen en/of uitbreidingen in de toekomst. Waar mogelijk worden grote investeringen uitgesteld tot het moment dat de onzekerheid is afgenomen. Flexibiliteit en aanpasbaarheid van het ontwerp zijn daarin sleutelwoorden.

Voorbeeld toepassing adaptief deltamanagement bij een waterkering

Met de huidige berekeningen is, gezien de onzekere verandering in de zeespiegel en beperkt beschikbare data, onzeker of voor een kering in de oostelijke Waddenzee 30 centimeter of 100 centimeter ophoging nodig is. We hogen de kering nu met 30 centimeter op en in het ontwerp houden we rekening met een set aanvullende en flexibele maatregelen zoals ophogen of verbreden van de kering of het verbreden van het buitentalud. Op basis van nieuwe data van de zeespiegelstijging kunnen we over 20 tot 30 jaar veel preciezer bepalen hoe we de kering moeten bouwen. Op deze manier hoeven we nu geen hoge overinvesteringen te doen, maar biedt het aanpassen van het ontwerp wel ruimte voor de toekomst en hoeven we een object niet volledig te vervangen.

Adaptief investeren

Het Deltaprogramma 2019 (Min.I&W, 2018) concludeert dat de huidige voorkeursstrategieën in elk geval tot 2050 een goede basis bieden om onze delta leefbaar en bewoonbaar te houden. Daarnaast is geconstateerd dat een voortvarende start nodig is om met nader onderzoek meer zekerheid te krijgen over het effect van zeespiegelstijging. In het Deltaprogramma lijkt echter onvoldoende rekening te zijn gehouden met de snelle ontwikkeling van de ruimtelijke inrichting als gevolg van de grote transities die in Nederland plaatsvinden. We hebben in hoofdstuk 2 gezien dat er voor miljarden aan investeringen zijn gepland waarvoor, gezien de levensduur, de ontwikkeling van de zeespiegel na 2050 zeer relevant is.

Adaptief deltamanagement, dé methodiek om ook voor de andere grote transities in te zetten

Op basis van onze analyse concluderen wij dat we nog een stap verder moeten gaan en dat we naast de maatregelen die al worden genomen in de watersector, ook investeringen in andere sectoren adaptief moeten plannen. Hiermee houden we ruimte voor een veranderende toekomst, blijven we flexibel en kunnen we nog lang in dit land blijven wonen.

Drie zaken zijn van belang:

1. Maak een analyse per sector

In de eerste plaats is het belangrijk om nu al na te gaan bij welke investeringen we rekening moeten houden met versnelde zeespiegelstijging na 2050. In het vorige hoofdstuk hebben we geconstateerd dat dit nog niet of nauwelijks gebeurt en een overzicht gegeven van effecten van zeespiegelstijging op de investeringsagenda’s. Een betere verbinding van het Deltaprogramma met andere sectoren is op dit punt nodig. We sommen een aantal kansen voor adaptief investeren op in tabel 3.

2. Reserveer ruimte voor toekomstige maatregelen

Daarnaast is het belangrijk om ruimte te reserveren voor toekomstige maatregelen. In de komende tien jaar bouwen we honderd duizenden woningen, vervangen we of leggen we infrastructuur aan en werken we hard aan de landelijke transities. Deze omvangrijke investeringen van de komende decennia bepalen daarmee in belangrijke mate de ruimte die we na 2050 nog hebben om zeespiegelstijging op te vangen. Een belangrijke bedreiging hiervoor is de gedecentraliseerde sturing op de ruimtelijke ordening. Alleen met een centrale, gedragen visie en aanpak kunnen we de komende decennia op de juiste plekken ruimte reserveren en voorkomen we dat lokale ruimtelijke initiatieven toekomstige maatregelen nodeloos ingewikkeld maken.

3. Koppel de investeringsagenda’s

Tot slot bieden deze investeringen ook een kans. Door deze investeringen op de juiste manier in te zetten kunnen ze bijdragen aan een eerste stap richting een klimaatbestendige inrichting. Het afstemmen en koppelen van investeringsagenda’s kan leiden tot meer synergie. Dit is belangrijk om de noodzakelijke hoge investeringen voor klimaatbestendigheid maatschappelijk en bestuurlijk haalbaar en betaalbaar te maken. Een goed voorbeeld hiervan is de kuststrategie die afgelopen jaren is ontwikkeld voor Jakarta en die vergelijkbaar is met de uitdaging waar we in Nederland voor staan.