5. Conclusie en aanbevelingen: reserveer ruimte voor de toekomst

In dit whitepaper hebben wij de omvang van de investeringsopgave van vijf grote transities in Nederland in beeld gebracht in relatie tot de risico’s van toekomstige zeespiegelstijging. Er wordt tot 2050 ongeveer € 900 miljard geïnvesteerd in infrastructuur, woningen, de energietransitie, klimaatbestendigheid en in natuur. Hier is meer dan 100.000 hectare ruimte voor nodig. Alleen al voor de woningbouwopgave is een gebied nodig van ongeveer vijf keer de stad Utrecht. Ongeveer de helft van de woningen is voorzien in de dichtbevolkte en laaggelegen provincies Noord- en Zuid Holland, die ook het meest kwetsbaar zijn voor zeespiegelstijging. Maar ook nieuwe infrastructuur, de energietransitie en maatregelen voor klimaatbestendigheid vragen om veel ruimte.

Wij constateren dat vrijwel alleen in de watersector, en dan ook nog maar tot op zekere hoogte, voor deze investeringen rekening wordt gehouden met de toekomstige gevolgen van zeespiegelstijging (Sweco, 2020). Dat is niet terecht. Gezien de levensduur van veel van deze investeringen, of de netwerken waartoe ze (gaan) behoren, is het noodzakelijk rekening te houden met de effecten die kunnen optreden als gevolg van hogere waterstanden, verzilting of vernatting.

Daarnaast leggen deze investeringen voor een belangrijk deel vast hoe Nederland er uit ziet na 2050 en hoeveel ruimte en flexibiliteit we overhouden om nog maatregelen te kunnen nemen om ons te beschermen tegen zeespiegelstijging. De ruimtelijke ontwikkeling gaat snel: in de komende tien jaar wordt bijvoorbeeld al in de bouw van meer dan 800.000 woningen voorzien. Zonder een centrale visie en samenhangende aanpak van deze transities, en zonder nauwe samenwerking tussen Rijk en regio op de ruimtelijke ordening lopen we daarmee een groot risico dat de beperkte resterende flexibiliteit en ruimte die we in de toekomst nodig hebben om zeespiegelstijging op te vangen wordt ingenomen door andere opgaven.

We onderkennen, in lijn met de constatering van het Deltaprogramma, dat we nog voldoende tijd hebben om oplossingsrichtingen te verkennen om Nederland op de lange termijn veilig te houden, zoals momenteel wordt onderzocht in het Kennisprogramma zeespiegelstijging. Echter, gezien de snelheid van de ruimtelijke ontwikkelingen in de komende tien jaar is het in onze ogen noodzakelijk om parallel een fast-track spoor te starten met daarin twee onderdelen:

  1. Nemen van maatregelen om de investeringen van de komende jaren klimaatbestendig aan te leggen;
  2. Reserveren van ruimte die in de toekomst nodig is voor maatregelen om de effecten van zeespiegelstijging op te vangen.

De aandacht dient daarbij met name uit te gaan naar de laaggelegen, kwetsbare delen van Nederland en zones langs de rivieren waar de grootste effecten van zeespiegelstijging zullen optreden. Door flexibiliteit in te bouwen en voldoende ruimte te reserveren voor toekomstige maatregelen zetten we een belangrijke stap om de huidige strategie ‘beschermen open’ zo lang mogelijk te kunnen volhouden, en kopen daarmee tijd om ons voor te bereiden op de vervolgstrategie.

Het is daarvoor van belang dat het Deltaprogramma sterker aansluiting vindt bij de vier andere transities. Dit biedt een belangrijke kans om investeringsopgaven te bundelen en de sterkere maatregelen voor een klimaatbestendig Nederland haalbaar en betaalbaar te houden.