Bouwen rondom en boven stations



Ooit werden veel stations aan de rand van de stad gebouwd, maar door de sterke groei van de steden in de afgelopen honderd jaar en de aanleg van wijken achter het station liggen ze nu in het stadshart. We zien dat in steeds meer steden openbare voorzieningen zoals bioscopen en bibliotheken worden verplaatst van het oude stadscentrum naar het stationsgebied. De supermarkt in de Utrechtse stationshal behaalt de hoogste verkoopresultaten van de stad, terwijl winkels en warenhuizen in binnensteden het moeilijk hebben en steeds vaker verdwijnen uit het straatbeeld.

Een verbindende functie

Spoorlijnen zijn nu vaak nog scheidslijnen tussen wijken. Wij zien mogelijkheden om ze een verbindende functie te geven – tussen stadsdelen, maar ook tussen reizigers en bewoners, verschillende leeftijdsgroepen en culturen, en mens en natuur. Ze kunnen een plaats zijn om te wonen, te werken, te recreëren en te verblijven. We zoeken daarbij naar creatieve oplossingen waarin het station een verbindende schakel wordt doordat er een nieuw ‘maaiveld’ ontstaat, met nieuwe openbare ruimte in de stad, waar deze groepen elkaar op een natuurlijke manier ontmoeten.

Van uitbreiden naar inbreiden

Door de ruimte rondom en boven het spoor te zien als inbreidingslocatie, een nieuw stadshart, komt er groene ruimte vrij in de vaak overvolle binnenstad, op plaatsen die nu niet toegankelijk of stenig zijn. En misschien nog wel belangrijker: we sparen de groene ruimte buiten de stad. En laten we ook de kleinere stations niet vergeten. Deze zijn nu nog vaak ‘planken in de wei’, met onbenut areaal dat vooral bestaat uit monofunctionele parkeervelden die veel ruimte innemen. Hier kunnen betaalbare woningen voor starters worden gebouwd, die dankzij de snelle OV-verbindingen relatief dicht bij de binnenstad kunnen wonen.

Ton Venhoeven, VenhoevenCS architecture & urbanism:

Grote stationsgebieden als regionale centra waar mensen wonen en werken.

“Een van de grootste maatschappelijke uitdagingen is het reduceren van energieverbruik, ook voor verkeer en vervoer. Dat lukt alleen door stedelijke ontwikkeling en mobiliteit zo op elkaar af te stemmen dat als vanzelf ‘dikke stromen’ ontstaan, zowel voor personenvervoer als logistiek. Dikke stromen zijn belangrijk om vervoer duurzaam te organiseren. Bij logistiek zijn het bijvoorbeeld de grote containerschepen en de binnenvaart die vervoer efficiënt verzorgen, bij personenvervoer is dat de trein. De ‘last mile’ van het transport is altijd de lastigste opgave, want uiteindelijk moeten de pakketjes toch één voor één aan de deur worden bezorgd. Hier valt de grootste winst te behalen, maar dat is moeilijker als steden onhandig zijn gepland. De centrale vraag is dus: hoe kun je de overgang van dikke stromen naar steeds dunnere stromen in stedenbouwkundig opzicht goed plannen?

Het antwoord is: met een slimme organisatie van ‘hubs’, van grote hubs zoals de Rotterdamse haven waar zo’n schip aankomt tot de buurthub in de supermarkt waar je je pakketje op de fiets of lopend kunt ophalen. Maar ook met goede stedelijke planning. Naarmate de stromen dikker zijn en er minder hubs of schakels nodig zijn voor het totale transport is het vervoer efficiënter en duurzamer. Voor personenvervoer geldt hetzelfde, waarbij de trein de dikke stroom verzorgt en het station de hub is waar je kunt overstappen naar bus of fiets. Bij moderne stations ben je tegenwoordig ook steeds vaker direct op je bestemming zodat de schakel van de ‘last mile’ overbodig wordt. In Utrecht en Rotterdam en op de Amsterdamse Zuidas is deze ontwikkeling al goed te zien. Eindhoven, Arnhem en Breda werken ook aan grote plannen hiervoor.

In opdracht van Rijkswaterstaat ontwikkelen wij een visie op hubs in Nederland voor zowel goederentransport als personenvervoer. Daarbij kijken we ook naar mogelijke ruimtelijke ontwikkeling rondom hubs. Hier kunnen lokale en regionale centra ontstaan waar mensen wonen en werken en waarvandaan men ook snel van het ene regionale centrum naar het andere kan reizen. Omdat hierdoor minder ruimte voor autoverkeer nodig is, verbeteren we de leefkwaliteit in de steden en houden we het omringende platteland groen.”

-2-
Samen met andere partijen hebben Venhoeven CS en Sweco meegedaan aan de Architectuur Biënnale. Zij hebben vooral gekeken hoe het station en de omgeving van Rotterdam Alexander konden worden verduurzaamd. Woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie kwamen hier samen. Meer informatie is te vinden in ‘Stad van de toekomst 2050 – Rotterdam Alexander’, 2018
.