Conclusie



Als we beter kijken naar hoe we gebieden rondom én boven het spoor kunnen inrichten – en dat verschilt per stationsgebied – kunnen we diverse prangende maatschappelijke vraagstukken geïntegreerd aanpakken. De herinrichting van stationsgebieden zal leiden tot minder vervoersproblemen en meer (en groener) woonplezier. In zo’n nieuwe stationsomgeving ontstaat bijvoorbeeld meer biodiversiteit. Er komt meer ruimte voor de fiets en ander duurzaam vervoer, zoals elektrische deelscooters. Zo wordt het station de best bereikbare locatie van de toekomst, vooral als de trend van de ‘sharing economy’ doorzet en het OV verder wordt uitgebreid – wat zeker gaat gebeuren, aangezien het aantal reizigers de komende twintig jaar met 40% toeneemt.


Het multimodale ruimtegebruik zorgt voor meer sociale veiligheid, ook voor (trein)reizigers. Het is een geschikt gebied om meer starterswoningen te realiseren en duurzame (kantoor)gebouwen die klimaatneutraal zijn. De stationsomgeving wordt dus meer dan een vervoersknooppunt. Stadscentra worden met elkaar verbonden via een multimodale OV-hub. Het station is geen barrière meer, maar een ‘brug’, een verbindende plek in de stad waar mensen en maatschappelijke programma’s samenkomen. Een sociaal knooppunt waarin de ‘inclusieve stad’ en ‘elkaar ontmoeten’ een belangrijke rol spelen, en een voorbeeldlocatie in de stad om te laten zien hoe we kunnen omgaan met maatschappelijke vraagstukken.