Ruimte voor inclusiviteit



Dat stationsgebieden nu vaak nog scheidslijnen zijn tussen stadsdelen, komt doordat de inwoners van een stad – afgezien van hun eventuele OV-gebruik - weinig gebruik maken van dit gebied. Gemeente Nijmegen en Sweco hebben onlangs gekeken welke doelgroepen zich bewegen in het stationsgebied en wie er in de toekomst gebruik zal maken. De grote vraag naar nieuwe woningen heeft geleid tot meer belangstelling voor dit gebied, ook vanuit beleggers en investeerders. In een cirkel van maximaal 10 minuten looptijd van het station ontstaan steeds meer interessante investeringsprojecten voor zowel woon- als werkruimte.

Voor alle doelgroepen

Samen met de gemeente Nijmegen is besloten vast te houden aan het principe dat als een driejarige en een tachtigjarige veilig en gezond kunnen functioneren in een gebied, die locatie in feite geschikt is voor álle gebruikers (‘design for all’). Een driejarige beweegt snel, energiek en dicht bij de grond, terwijl een tachtigjarige juist langzaam beweegt en vaak beperkt is in zicht en kracht. Dat is iets om rekening mee te houden bij de verlichting en inrichting van een ruimte. Bijvoorbeeld door bankjes neer te zetten en ervoor te zorgen dat het voor deze groepen intuïtief duidelijk is hoe ze zich van A naar B kunnen bewegen. Uit een van onze onderzoeken -4- is gebleken dat als je rekening houdt met de verschillen doelgroepen – in leeftijd en in achtergrond – en hen activiteiten aanbiedt waaraan zij behoefte hebben, dat openbare ruimtes zoals stationspleinen een inclusief karakter krijgen.


Als de ruimte boven het station wordt bebouwd, is het cruciaal dat het ‘maaiveld’ boven het spoor in verbinding blijft met de perrons eronder. Want ook de beleving van de treinreiziger is belangrijk. Deze moet zich veilig kunnen voelen in plaats van geïsoleerd. Dit kan bijvoorbeeld door lichtkoepels in de overkluizing te maken.

-4-

Stad van de toekomst 2050 – Rotterdam Alexander’, VenhoevenCS en Sweco e.a., 2018.

Daan Klaase, NS Stations:

Het aantal treinreizigers groeit tot 2040 met nog 40%. Het wordt dus heel druk rondom de stations.

"Als NS Stations hebben we onze visie op de toekomst uitgewerkt in de publicatie ‘Journey to the Future’. Nu het drukker wordt, is het de vraag hoe onze reizigers straks op het station komen. We hanteren drie principes voor het voor- en natransport: spierkracht gaat vóór fossiel, klein vervoer gaat vóór groot en delen – van bijvoorbeeld fietsen – gaat vóór eigen bezit. In grote steden leggen we steeds meer nadruk op ‘the walkable city’, waarin het prettig is om de reis van en naar het station lopend af te leggen. Wandelaars leggen namelijk minder beslag op de ruimte dan automobilisten en fietsers, en lopen is duurzaam en ook nog eens gezond. Een ander belangrijk thema is het overbouwen van stations. De verstedelijking van Nederland vraagt om creatieve oplossingen. Daarnaast is het logisch om te bouwen op de best bereikbare locaties. Dus bovenop het spoor. De vrijgekomen ruimte boven het spoor kunnen we ook nog eens gebruiken om de ketenvoorzieningen, zoals fietsenstallingen, uit te breiden, want een groeiende stroom reizigers vraagt om meer ketenvoorzieningen. Een laatste punt dat pleit voor bouwen boven het spoor is dat het de ‘doorwaadbaarheid’ van de stad kan vergroten. Vanuit het centrum van Utrecht moet je soms langs tien stoplichten om van de ene zijde van het spoor naar de andere te fietsen. Dat moet veel sneller kunnen. Op drie locaties (Utrecht CS, Amsterdam Sloterdijk en Den Haag CS) bekijken we nu samen met ProRail, gemeente en andere partijen in pilotprojecten naar de mogelijkheden van bouwen boven het spoor."