4. Mogelijke strategieën

Strategie 1: Start met besparen

De eerste spelstrategie bestaat er uit dat er zoveel mogelijk bespaard wordt. Alle verspilling van energie wordt zoveel mogelijk geëlimineerd. Het motto hier is dat de meest duurzame energie de energie is die je niet hoeft te gebruiken. Dit betekent inzetten op isoleren van gebouwen, minder gebruik maken van de auto én aan de slag met proces efficiëntie in de industrie. Hiermee wordt 450 PJ bespaard, dit is 15% van het totaal. De kosten voor alle mogelijke besparingen komen uit op € 120 miljard, ongeveer € 27 miljard per 100 PJ. De grootste uitdaging is het isoleren van alle gebouwen, wat ongeveer al deze kosten voor haar rekening neemt. De besparingen in industrie, mobiliteit en landbouw vragen op het totaal nauwelijks noemenswaardige investeringen.

Strategie 2: Alle kaarten op waterstof

Een andere optie is dat de potentie van waterstof zoveel mogelijk benut wordt. Dit kan door al het energieverbruik in de industrie en het zwaar transport met waterstof in te vullen. Wel dient hiervoor 2.000 PJ duurzame elektriciteit opgewekt te worden, in dit scenario gebeurt dat met wind op zee. Dit is de meest kosteneffectieve maatregel is. Ten opzichte van de huidige plannen voor wind op zee die tot 150 PJ voorzien is dit fors meer. Hiermee wordt 1.300 PJ bespaard, bijna 50% van het totaal. Wel dient hiermee een oppervlakte van half Nederland gebruikt te worden als windmolenpark. De kosten voor deze strategie bedragen € 420 miljard, ongeveer € 32 miljard per 100 PJ. Zo’n € 260 miljard dient geïnvesteerd te worden in waterstofproductie, € 160 miljard in windparken op zee.

Strategie 3: Elektrificatie

Met elektrificatie wordt ingezet om zoveel mogelijk elektriciteit als energiedrager in te zetten. Dit betekent dat een beetje van het industriële verbruik geëlektrificeerd wordt, simpelweg omdat de mogelijkheden daar beperkt zijn. In de gebouwde omgeving wordt volop ingezet op warmtepompen en ook maximale elektrificatie van mobiliteit. Hiermee wordt 1.000 PJ bespaard, zo’n 35% van het totaal. Interessant gegeven is dat hier ‘slechts’ 400 PJ hernieuwbaar voor opgewekt hoeft te worden, aangezien warmtepompen en elektrische auto’s een aanzienlijke verbetering van de energie-efficiëntie met zich meebrengen. De kosten voor deze strategie bedragen € 280 miljard, ongeveer € 28 miljard per 100 PJ. Dit bedrag wordt verdeeld naar de apparatuur, warmtepompen en laadpalen (€ 160 miljard), de windmolens en zonnepanelen (€ 50 miljard) en de infrastructuur (€ 70 miljard).

Strategie 4: Lokale warmtenetten

Zo’n 40% van de energievraag is bedoeld voor warmte. Met name in de gebouwde omgeving en in de glastuinbouw is het mogelijk om met warmtenetten op basis van aardwarmte, WKO’s en/of geothermie in deze vraag te voorzien. Hiermee wordt zo’n 550 PJ bespaard. Interessant is dat hiervoor nauwelijks duurzame elektriciteit extra geproduceerd hoeft te worden en dat er daarom geen extra druk op de elektrische infrastructuur ontstaat. De kosten voor deze strategie bedragen € 80 miljard, ongeveer € 15 miljard per 100 PJ. Dit is voor zowel de opwek van duurzame warmte als het lokale transport en de afgifte ervan.

Wil je na het lezen aan de slag?

Delen mag!

Volgende pagina