5. Een nieuw begin?

Energietransitie eindigt niet, want met het doel om in 2050 geen fossiele brandstoffen meer te gebruiken zijn alle inzichten nodig. De uitdaging is om dit met zo min mogelijk kosten te realiseren, met beperkte ruimte en volop aandacht voor klimaatverandering en gedrag. Uiteraard is dit een vereenvoudiging van de complexiteit in de praktijk. Wat wel duidelijk wordt is dat de keuzes die we nu maken een belangrijk gevolg hebben voor de investering in de energietransitie de komende decennia én voor hoe we onze ruimte inrichten. Balans tussen beide en een integraal beeld is van groot belang. Op basis van de verschillende spel strategieën die we in het vorige hoofdstuk hebben toegelicht hebben, heeft Sweco zes aanbevelingen voor het verduurzamen van het energiesysteem:

1. Stop met energie verspillen

De belangrijkste reden om te stoppen met energie verspillen is dat energie die je niet gebruikt, ook niet opgewekt en getransporteerd hoeft te worden. Tegelijk is te zien dat de investeringen in met name het isoleren van de gebouwde omgeving wel een forse kostenpost is. Energiebesparing levert op dit moment slechts 15% besparing op. Met name in de industrie is beperkt zicht op energiebesparende maatregelen. Energiebesparing in de industrie zou één van de belangrijkste thema’s moeten zijn qua impact op het hele systeem.

  • Vergroot het overheidsprogramma voor het isoleren van woningen
  • Maak het voorkomen van verspilling onderdeel van groene industriepolitiek

2. Zet waterstof slim in

Waterstof heeft als grootste voordelen dat het een beperkte druk op infrastructuur én energie opslag legt. Het grote nadeel is dat het een enorme druk legt op duurzame elektriciteitsproductie. Van de mogelijke strategieën levert waterstof de grootste potentie. Om de hele industrie te verduurzamen daarvoor dient echter wel een oppervlak van half Nederland als windmolenpark in gebruik genomen te worden. Toekomstige import van waterstof is niet in dit model meegenomen maar het verdient aanbeveling om hier nader onderzoek naar te doen. Daarnaast verwachten we dat grootschalige waterstofproductie in combinatie met warmtenetten het efficiencyverlies van de elektrolysers kunnen beperken. Er komt ruim 600 PJ aan restwarmte vrij, genoeg om de totale gebouwde omgeving én de glastuinbouw van restwarmte te kunnen voorzien. Op dit moment komt de markt voor waterstof nog niet vanzelf op gang, om aan de Nederlandse en Europese ambities te kunnen voldoen is een stimuleringsregeling nodig.

  • Ontwikkel de juiste subsidies om de waterstofmarkt op gang te helpen
  • Combineer waterstofproductie met warmtenetten
  • Start met onderzoeken naar en voorbereiden van import van groene waterstof

3. Sluit geen enkele duurzame bron uit

Alle energiebronnen hebben nadelen, ook de bronnen die geen CO2 uitstoten. Wind- en zonne-energie nemen veel ruimte in beslag en leveren alleen wanneer het waait of de zon schijnt. Kernenergie neemt nauwelijks ruimte in beslag en kan een stabiele basislast in de elektriciteitsproductie verzorgen maar is dan weer relatief duur en kent een gevaarlijke afvalstroom. In Nederland zijn dit echter de enige drie duurzame bronnen die grootschalig ingezet kunnen worden voor duurzame elektriciteitopwek.

  • Bepaal de energiebehoefte in 2050 in een aantal scenario’s
  • Plan een optimale mix tussen wind-, zonne- en kernenergie om in die vraag te voorzien. Maak dit plan op korte termijn omdat voor bijvoorbeeld kernenergie er veel tijd genomen moet worden voor draagvlak, oplossing voor afvalstromen en indien succesvol volgt er een lang ontwikkeltraject

4. Lokale warmtenetten op basis van aardwarmte

Met name in de gebouwde omgeving en de glastuinbouw levert lokale warmteproductie met warmtenetten op basis van aardwarmte, WKO’s en/of geothermie veel voordelen. In de spel strategieën zagen we al dat deze optie ongeveer de helft kost ten opzichte van andere opties. Daarnaast neemt het weinig ruimte in beslag.

  • Zet fors in op lokale warmtenetten

5. Zorg voor de juiste infrastructuur

Een randvoorwaarde voor veel van de investeringen die in de energietransitie gedaan zullen worden is de juiste infrastructuur. Zonder verzwaarde elektriciteitsnetten is het niet mogelijk om ons wagenpark volledig te elektrificeren. En zonder de juiste infrastructuur voor waterstof én CO2 in en tussen de industriële clusters is het voor veel bedrijven niet mogelijk om te stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen.

  • Versnel de investeringen in infrastructuur

6. Zet in op alles tegelijk om het einddoel te halen

De verschillende scenario’s die we gespeeld hebben kunnen slechts een beperkte bijdrage leveren aan het totale systeem. Het is niet mogelijk om op één paard te wedden, we hebben alle elementen in meer of mindere mate nodig. Daarom is het belangrijk dat er niet op voorhand opties worden uitgesloten maar dat we alle fossielvrije opties openhouden. Daarnaast is het spel ook geschikt om in te zoomen op een gemeente en de specifieke lokale uitdagingen te onderzoeken.

  • Sluit niets bij voorbaat uit voor een fossielvrij energiesysteem
  • Speel dit spel per gemeente om de specifieke strategie te bepalen

Energietransitie is geen rekensom, spelletje of technisch inzicht alleen. De complexiteit van het probleem hangt in sterke mate samen met belangen, rollen en verantwoordelijkheden. Het inzicht dat wij hier hebben willen geven kan een aanjager zijn voor besluitvorming, discussie of nader onderzoek. Feit is wel dat als beste strategie ‘zet in op alles’ mag worden geconcludeerd.

In 2020 kwam ons nationale energieverbruik voor het eerst onder het niveau van dat in 1991. Zo bezien zou je kunnen stellen dat we geen stap vooruit gekomen zijn in de afgelopen 30 jaar. De afgelopen drie jaar is het energieverbruik echter met gemiddeld 70 PJ per jaar gedaald. Dat komt al aardig in de buurt van de benodigde 100 PJ jaarlijkse reductie en is daarom hoopgevend. De uitdaging voor ons is echter enorm, we zullen alles op alles moeten zetten om dit tempo vol te blijven houden. Dat is niet verwonderlijk, want er is maar 1 aarde en er is haast geboden. Ons credo echter deze ‘haast’ niet om te zetten in een versnelling, maar juist even te vertragen: maak een plan. Een masterplan voor de energietransitie en gebruik daarin verschillende ingrediënten om deze transitie gestalte te geven.

Wil je na het lezen aan de slag?

Delen mag!

Volgende pagina