Voorwoord

Het gaat niet goed met de verkeersveiligheid in Nederland. Vooral fietsers en voetgangers zijn vaker het slachtoffer van een ongeval. Binnen de bebouwde kom moet daarom de maximumsnelheid op veel meer wegen van 50 km/u terug naar 30 km/u. Dat is het doel van de motie die eind vorig jaar door de Tweede Kamer is aangenomen. Bij driekwart van de ernstige verkeersletsels op de spoedeisende hulp van ziekenhuizen zijn fietsers het slachtoffer. En dat terwijl er – mede door de coronacrisis – steeds meer wordt gefietst en gewandeld. De indieners van de motie willen met dit voorstel de verkeersveiligheid vergroten.

De aanpassing van de maximale snelheid in de bebouwde kom roept veel vragen op. Wanneer is een weg een doorgaande weg? Welke eigenschappen heeft een doorgaande weg waardoor hier 50 km/u wél een veilige snelheid is? Hoeveel van de huidige 50 km/u-wegen komen in aanmerking voor een verlaging naar 30 km/u? En hoe denken gemeenten zelf over de maatregel? Welke kansen en risico’s zien zij en wat is er volgens hen nodig om deze maatregel goed te kunnen uitvoeren?

Terug van 50 naar 30, maar hoe?

Aan de hand van de uitkomsten van een enquête onder 550 respondenten die Sweco samen met Binnenlands Bestuur bij gemeenten heeft afgenomen, geven we antwoord op deze vragen. Ook de data-analyse naar wegkenmerken van alle 30 km/u- en 50 km/u-wegen gebruiken we hierbij. Heeft deze motie potentie? De conclusie lees je in het laatste hoofdstuk van dit whitepaper.

Ben je werkzaam bij één van de volgende organisaties dan is dit whitepaper zeker interessant om te lezen.

Wil je na het lezen aan de slag?

Algemeen

Delen? Ja, graag!